Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
DUIDING

Vogelvlucht perspectief
Uit het vogelvlucht-perspectief blijkt dat Henk Jordens geen onbekende is voor de politie. Dienders draven al jaren op om de brandjes die hij veroorzaakt te blussen. De wijkagent betrekt het wijkteam bij de problematiek door mutaties en inzetverzoeken. Soms neemt hij een collega mee in de auto om iets meer over de achtergrond te vertellen. Collega’s en de chef zijn globaal op de hoogte, maar vormen geen hecht team rondom de aanpak van de casus.

Deze aanpak is illustratief voor de wijze waarop community policing in het basisteam is ingebed. De aard van de organisatie reduceert de casus tot een hotspot waarover communicatie en kennisuitwisseling verloopt via informatietools en bevragingssystemen. Van vakinhoudelijke discussie over de context van het probleem is weinig sprake.

Top Down-perspectief
Uit het top down-perspectief blijkt dat de de overlastmeldingen slechts de meest zichtbare manifestaties van het werkelijke probleem zijn. Binnen de vier speelvelden blijkt de afstand van externe en interne partners en de specifieke relatie tussen de twee burgers van grote invloed op de actieradius van de wijkagent en de fundamentele aanpak van de casus.

De top down analyse toont de complexiteit van het vraagstuk. Het op het oog ‘tamme’ vraagstuk (‘incidenten in de familiesfeer’) blijkt in werkelijkheid een ‘taai’ vraagstuk dat moeilijk af te bakenen is en waar meerdere oplossingen voor mogelijk zijn. Het sturen van surveillance auto’s bij meldingen blijkt in ieder geval niet afdoende.

Frontlijn-perspectief
In het frontlijn-perspectief vindt vervolgens de daadwerkelijke confrontatie met de casus plaats. De wijkagent praat met Jordens, Dijksterhuis en haar ouders en treedt in contact met partners. De bevrager reflecteert op basis van dit handelen en samen komen ze tot de conclusie dat het ‘familiedrama in de dop’ voorlopig in de kiem is gesmoord. De nabijheid van de wijkagent is hierbij van groot belang geweest, maar ook juist de afwisseling met distantie bewaren en niet-interveniëren.

In de frontlijn komt het vakmanschap van de wijkagent bij uitstek tot wasdom. Zijn kennis manifesteert zich als hij handelt ten opzichte van de actoren rondom de casus. Hij ziet alles, maar overziet de casus niet alitjd. De aanwezigheid van een bevrager maakt dat alle relevante kennis wordt verzilverd tot een aantal handelingsalternatieven voor de geijkte manier van optreden.
​​​
Aanleiding en overview

Het credo ‘De Wijkagent Centraal’ is vastgelegd in de nieuwe politiewet als centraal uitgangspunt van de nationale politie. In de praktijk blijkt de positionering van de wijkagent echter uiterst taaie materie. Dit actieonderzoek geeft inzicht in de weerbarstige werkpraktijk van de wijkagent en biedt inzichten die nodig zijn om het uitgangspunt een concrete invulling te geven.
 
​Essays

Gedurende de looptijd van het actieonderzoek schreef auteur Teun Meurs een aantal artikelen in Het Tijdschrift voor Politie. Deze zijn hieronder te vinden.

Tussen ratio en fingerspitzengefühl

Het geheim van Jan Smit

Makers

De website ‘De Wijkagent Centraal’ is gemaakt door de onderzoekers Teun Meurs en Bert Jan Kreulen samen met vormgever Martijn Rijven van Bolt Graphics.

Teun Meurs

Bert Jan Kreulen

Martijn Rijven

​Nieuws

In de september-editie van het digitale magazine KENNISM@G van de Politieacademie verschenen twee artikelen over 'De Wijkagent Centraal'.

Lees hier en hier over een mooie koppeling tussen onderzoek, onderwijs en praktijk.