Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
AANLEIDING EN OVERVIEW

Het credo ‘De Wijkagent Centraal’ is vastgelegd in de nieuwe politiewet als centraal uitgangspunt van de nationale politie. In de praktijk blijkt de positionering van de wijkagent echter uiterst taaie materie. Dit actieonderzoek geeft inzicht in de weerbarstige werkpraktijk van de wijkagent en het biedt de inzichten die nodig zijn om het geformuleerde uitgangspunt een concrete invulling te geven.

De auteurs participeerden zes jaar lang actief in de werkpraktijk van de wijkagent, waarvan de laatste twee jaar als actieonderzoeker. Deze website is de weerslag van die periode.

Wat vooraf ging

Zes jaar geleden begon het Amsterdamse politiekorps een anderhalf jaar durend experiment met jonge academici in de rol van kritische buitenstaander. Een van hen, Teun Meurs, richtte zich op de positie van de wijkagent in het korps.

Uit zijn onderzoek bleek dat de waardevolle kennis en kunde van de wijkagent vaak verborgen bleef, vanwege een kloof tussen wijkagent en basisteam. Om deze situatie te verbeteren werd de prominentenmethodiek ontwikkeld: een werkwijze om de relevante en concrete issues op het gebied van leefbaarheid en veiligheid vanuit het oogpunt van de wijkagent boven water te krijgen en operationeel te agenderen. Deze ‘prominenten’ werden de doelgroep van de wijkagent, waarmee het vage takenpakket van de wijkagent meer focus kreeg. Bovendien werden ze concreet benoemd en helder omschreven, zodat ze geschikt waren voor informatiedeling en samenwerking.

Na een aantal succesvol verlopen pilots, besloot de korpsleiding tot korpsbrede invoering van het concept. Hierbij haakte vanaf 2010 een groep van niveau 5-studenten aan, waaronder huidig mede-onderzoeker Bert Jan Kreulen. Het implementatietraject bestond uit verschillende onderdelen die op alle basisteams werden doorlopen om per buurt de belangrijkste issues aan te merken als ‘prominent’.

Dit waren de volgende:

1. meeloopsessie met individuele wijkagenten
2. collectieve bijeenkomst met chef(s) en collega’s om prominenten vast te stellen
3. invoersessie met individuele wijkagenten
4. collectieve bijeenkomst om vervolgproces te bepalen

Nadat deze stappen op alle 32 wijkteams in de regio waren volbracht, was de methodiek korpsbreed geïmplementeerd. Alle wijkagenten, projectleiders, informatiespecialisten en wijkteamchefs hadden invulling gegeven aan de onderdelen van de methodiek.

Resultaat

Na de implementatiefase bleek dat de prominenten benoemd waren en de systemen gevuld; maar dat het doel (‘het beter gebruik maken van de kennis en kunde van de wijkagent’) niet direct was volbracht. Er was sprake van een doel-middel verschuiving: na het afronden van de onderdelen en het vullen van de systemen hield het op. Het werkproces op het wijkteam veranderde niet of nauwelijks.

Dit werd deels veroorzaakt door weerstand bij wijkagenten, chefs en betrokken collega’s. Deze weerstand werd zelden expliciet verwoord, maar bleek gaandeweg in de vorm van passiviteit, desinteresse of windowdressing. Een andere reden bleek simplificatie en systeemdenken. Ingewikkelde casussen op het grensvlak van veiligheid en leefbaarheid, met rollen voor politie, zorg en gemeente, werden vrijwel altijd gereduceerd tot hotspot of capaciteitsvraagstuk: moeten wij hier een auto op afsturen of niet‌ Sluit de prominent wel aan bij onze prioritaire delicten en is dit geen taak van de gemeente‌

Een onderkenning van de complexiteit en de verwevenheid van de problematiek met andere processen (opsporing, prioritaire delicten) en organisaties bleef uit.

De wijkagent centraal‌

Uit het voorgaande blijkt wel dat het uitgangspunt ‘De Wijkagent Centraal’ makkelijker gesteld is dan gerealiseerd. Sterker nog, na zes jaar in de werkpraktijk van de wijkagent te hebben geparticipeerd als buitenstaander, projectleider, collega en onderzoeker, is de conclusie van de auteurs dat het uiterst taaie materie is.

De korpsbrede implementatie van een werkmethodiek bleek in ieder geval niet afdoende. De weerstand tegen dit soort trajecten is simpelweg te groot, de operationele cultuur is te dominant en de echte aandacht voor buurtveiligheidsvraagstukken is te vluchtig.

Actieonderzoek

Het implementatietraject van meelopen, vergaderen en manoeuvreren op de wijkteams bood de onderzoekers wel een unieke inside view op hoe het écht zat. En daarmee groeide het besef dat een werkelijke verandering van de werkpraktijk - het werkelijk centraal stellen van de wijkagent - een kwestie is van starten op kleine schaal, vanuit het handelen van de wijkagent.

In januari 2012 startte daarom een kleinschaliger opvolger van het implementatietraject: een actieonderzoek met acht wijkagenten en hun leidinggevenden, verspreid over heel Nederland. De betrokken wijkagenten deden vrijwillig mee en droegen zelf een prominent aan als geschikt materiaal voor een onderzoek waarbij hun handelen binnen die prominent centraal zou staan.

Deze opzet gaf de onderzoekers nog meer inzicht in de werkpraktijk rondom de wijkagent. Waar loopt de wijkagent tegen aan als hij een casus te lijf gaat‌ Welke rol spelen de eigen organisatie, de burgers, de partners en de wijkagent zelf‌ Wat is de gangbare praktijk en hoe kunnen we deze veranderen in een situatie waarin de wijkagent daadwerkelijk centraal staat‌ Eindproduct

Het eindproduct van het onderzoek is geen traditioneel tekstboek, maar een interactieve website. Het leeuwendeel is gereserveerd voor een beeldende verslaglegging van de acht gekozen casussen. Deze worden telkens vanuit drie verschillende perspectieven worden gepresenteerd, het vogelvlucht perspectief van de organisatie, de top down blik van de leidinggevende en de frontlijn benadering van de wijkagent zelf. Een aantal theoretische hoofdstukken geeft tenslotte duiding aan de praktijk.

De manier om de taaie materie van een wijkagent die centraal staat in de politieorganisatie te ontrafelen ligt in de combinatie van deze perspectieven en een leidinggevende met ruimte voor operationele bemoeienis.
Aanleiding en overview

Het credo ‘De Wijkagent Centraal’ is vastgelegd in de nieuwe politiewet als centraal uitgangspunt van de nationale politie. In de praktijk blijkt de positionering van de wijkagent echter uiterst taaie materie. Dit actieonderzoek geeft inzicht in de weerbarstige werkpraktijk van de wijkagent en biedt inzichten die nodig zijn om het uitgangspunt een concrete invulling te geven.
 
​Essays

Gedurende de looptijd van het actieonderzoek schreef auteur Teun Meurs een aantal artikelen in Het Tijdschrift voor Politie. Deze zijn hieronder te vinden.

Tussen ratio en fingerspitzengefühl

Het geheim van Jan Smit

Makers

De website ‘De Wijkagent Centraal’ is gemaakt door de onderzoekers Teun Meurs en Bert Jan Kreulen samen met vormgever Martijn Rijven van Bolt Graphics.

Teun Meurs

Bert Jan Kreulen

Martijn Rijven

​Nieuws

In de september-editie van het digitale magazine KENNISM@G van de Politieacademie verschenen twee artikelen over 'De Wijkagent Centraal'.

Lees hier en hier over een mooie koppeling tussen onderzoek, onderwijs en praktijk.